Lange tijd dacht ik dat mijn waarde lag in het zorgen en dragen van anderen. In sterk zijn. In nodig zijn. In zorgzaam zijn. Ik maakte mezelf minder belangrijk zodat de ander, of een situatie, overeind bleef.
Vanuit mijn aard en verantwoordelijkheidsgevoel, maar achteraf bezien ook vanuit een diepe behoefte aan waardering.
Het werd al jong een deel van mijn identiteit.
Tot mijn twintigste leefde ik daar onbewust in. Maar door verschillende situaties en opmerkingen ontstond er een kantelpunt. Meningen over hoe ik bén drongen mijn zelfbeeld binnen.
Het ging niet om één opmerking, maar om de herhaling. Mijn lichaam, mijn aard, mijn kleding, dat ik ‘te’ was.
Langzaam sleet dit bij mij in. En wanneer je zijn ter discussie staat, kan oordeel een innerlijke stem worden.
Ben ik wel van waarde?
Ben ik wel goed zoals ik ben?
Misschien is dat ook een stem die jij kent.
De van nature aanwezige zorgzaamheid werd hierdoor versterkt in alle rollen die ik had. Onbewust probeerde ik hiermee het gemis aan vanzelfsprekende waardering op te vullen.
En toen kwam het moment dat een voor een mijn rollen wegvielen en daarmee identiteitsankers. En aangezien onze maatschappij identiteit vooral bevestigd via functie en nut kwam er een existentiële vraag naar boven. Een zijnsvraag. Wie ben ik nu nog? Misschien herken je die vraag.
Zolang ik volop in actie was, hoefde ik die vraag niet te voelen, laat staan te beantwoorden.
Maar door werkverlies, gezondheidsverlies en andere rolverlies werd de vraag relevant en hoorbaar.
En … ik had er geen antwoord op. Ik voelde me kwetsbaar en minder zichtbaar door al deze verliezen. Alsof ik niet meer meetelde. Daarbij ervaarde ik ook een verlies van controle. Iets wat ik moeilijk vind om te ervaren.
Onlangs gebeurde er iets onverwachts.
Ik ontving een attentie met woorden die rechtstreeks mijn hart raakte: ‘Je bent een stralende vrouw, een lichtpuntje in mijn leven.’
Er was geen prestatie aan vooraf gegaan.
Geen bewijs.
Geen rol.
Alleen mijn aanwezigheid; wie ik ben, los van wat ik doe.
Dat ontroerde me en het zette iets in beweging.
Er kwamen nieuwe vragen omhoog:
- Wat als mijn waarde niet afhangt van wat ik doe?
- Durf ik mezelf te zijn zonder dat het iets hoeft op te leveren?
- Wat als ik ‘gewoon’ genoeg ben, simpelweg om wie ik ben?
Ik liet mogelijke antwoorden op mij inwerken en opgeslagen emoties kwamen vrij. Daardoor ontstond er ruimte voor nieuwe inzichten.
Misschien is dit de overgang waar ik nu in sta. Van rol-identiteit naar wezen-identiteit.
Van iets moeten betekenen om waardevol te zijn, naar ontdekken dat mijn aanwezigheid al betekenis heeft.
Dat voelt pril. Want leven zonder ‘nut’, maar in overeenstemming met wat mij vreugde geeft, heb ik mezelf niet eerder toegestaan.
Van waarde zijn, zonder prestatie.
Bestaansrecht hebben, zonder functie.
Mijn fundament (weer) aan het vinden.
Mijn hart gelooft dat ik genoeg ben.
Mijn hoofd pruttelt nog wat, maar staat open.
Het kost tijd om dit nieuwe script te bestendigen. En dat is oké.
En eerlijk is eerlijk: het is normaal dat de buitenwereld hier nog invloed op heeft. Wij zijn sociale wezens. Helemaal geen bevestiging nodig hebben is niet mijn doel. Het gaat meer om de verschuiving van die afhankelijkheid van waardering door anderen, naar een interne waardering voor mezelf.
Ik ben een vrouw die geniet.
Die creëert.
Die betekenis geeft.
Die zacht mag zijn.
Die niets meer hoeft te bewijzen.
Die genoeg is.
Dat is thuiskomen.
In lijn met mezelf.
Misschien herken jij ook iets van dit verlangen. De wens om niet langer te hoeven bewijzen dat je waardevol bent. Maar simpelweg te mogen zijn.
Wat als jij al genoeg bent, ook terwijl je nog aan het wennen bent aan die gedachte?
Reactie plaatsen
Reacties