Oefening: Waar voel ik dit in mijn lichaam

Soms merk je dat er iets speelt, maar blijft het vooral in je hoofd. Door je aandacht naar je lichaam te brengen, wordt vaak duidelijker wat er aan de hand is.

 

Je lichaam reageert vaak eerder dan je gedachten. Spanning in je schouders, een knoop in je buik of onrust in je ademhaling kunnen signalen zijn dat er iets aandacht vraagt.

 

Door hierbij stil te staan, kun je beter begrijpen wat er in je speelt en wat je nodig hebt. Deze oefening helpt je hierbij.

 

Kies een situatie

Denk aan een situatie die je bezighoudt of waar je spanning bij voelt.

  • Wat is er gebeurd?
  • Wat maakt dat het je raakt?

Houd het klein en concreet.

 

Breng je aandacht naar je lichaam

Ga zitten of staan op een manier die prettig voelt.

Breng je aandacht rustig naar je lichaam:

  • voel je voeten op de grond
  • voel de ondergrond onder je lichaam
  • merk je ademhaling op, zonder die te veranderen

 

Neem hier even de tijd voor. Dit helpt je om uit je hoofd te komen en meer aanwezig te zijn in je lichaam.

 

Waar merk je iets in je lichaam?

Richt je aandacht op je lichaam en stel jezelf de vraag: “Waar merk ik iets in mijn lichaam als ik aan deze situatie denk?”

Blijf even met je aandacht bij dat gebied.

  • Is het in je buik, borst, keel, schouders of ergens anders?

 

Probeer concreet te zijn in wat je ervaart. Wat voel je precies?

  • Is het strak, zwaar, drukkend, warm, onrustig of juist een leeg gevoel?
  • Beweegt het, of zit het vast?

 

Merk gewoon op wat je voelt. Zo wordt een vaag gevoel vaak iets concreter.

 

Blijf er even bij

Blijf met je aandacht bij deze plek en bij dit gevoel in je lichaam. Je hoeft niets te veranderen.

  • Verandert er iets als je erbij blijft?
  • Wordt het sterker, zachter of blijft het hetzelfde?

Wat je in je lichaam voelt, is vaak een reactie op wat er in je speelt, zoals spanning, druk of vermoeidheid.

 

Wanneer je er met je aandacht bij blijft, gebeurt er vaak iets. Het gevoel kan veranderen, zachter worden of zich verplaatsen. Dat komt omdat je lichaam de kans krijgt om te reageren, in plaats van dat je er meteen van weggaat of erover gaat nadenken.

 

Wissel af als het te veel wordt

Als het gevoel te intens wordt, breng je aandacht dan even ergens anders naartoe:

  • je voeten
  • je ademhaling
  • of iets wat je ziet in je omgeving

Daarna kun je weer teruggaan naar het gevoel, zolang dat voor jou goed voelt.

 

Afronding

Breng tenslotte je aandacht weer terug naar je hele lichaam. Voel je voeten, kijk even om je heen.

 

Sta nu stil bij wat je hebt opgemerkt. Wat zou dit gevoel je kunnen laten zien? Je lichaam reageert vaak op wat er in je speelt. Door hierbij stil te staan, ga je patronen herkennen en wordt het steeds duidelijker wat jouw lichaam je wil vertellen.

Kijk eens:

  • In welke situaties dit gevoel ontstaat?
  • Of het te maken heeft met spanning, druk of iets wat te veel is?
  • Of het je richting wijst naar iets wat je nodig hebt?
  • Of …?

Een eerste indruk is al een begin.