Als alles even 'loos' voelt

Gepubliceerd op 22 september 2026 om 16:17

Hulpeloos, machteloos, moedeloos, hopeloos, radeloos ... Onze taal kent opvallend veel woorden die eindigen op 'loos'. Vaak hebben ze een negatieve bijklank: er ontbreekt iets wat we juist nodig hebben.

Wie machteloos is, ervaart geen macht of invloed. Wie hopeloos is, ziet geen hoop. En wie zich hulpeloos voelt, ervaart weinig mogelijkheden om een situatie zelf te veranderen of op te lossen.

Afgelopen week maakte ik kennis met dat gevoel van hulpeloosheid.

Ziek in een vreemd land

Mijn zoon en ik waren samen op vakantie in Italië. Na vijf dagen begon hij zich ziek te voelen. We waren net verhuisd naar een appartement in een klein dorp met weinig voorzieningen.

Hij kreeg flinke koorts, werd misselijk en had forse hoofdpijn. Een pijn die hij nooit eerder zo had gevoeld.

Na een onrustige nacht en een volle dag met hoge koorts en hoofdpijn sloeg bij mij de ongerustheid toe. Wat mankeerde hem? Was het griep of speelde er iets ernstigers, zoals een beginnende hersenvliesontsteking?

Ik voelde me verantwoordelijk voor hem, maar wist tegelijk niet goed wat ik moest doen. Er was geen partner of vriend in de buurt met wie ik kon overleggen en die met me mee kon kijken.

Daar kwam een praktisch probleem bij. Mijn zoon bestuurde onze huurauto. De auto en de verzekering stonden op zijn naam. Zelf heb ik een rijbewijs, maar ik ken ook rijangst, vooral in een vreemde auto en een onbekende omgeving.

Hoe moesten we straks bij het vliegveld komen als hij te ziek was om te rijden?

Het autoverhuurbedrijf wilde mij telefonisch of online niet als extra bestuurder toevoegen. Daarvoor moesten we naar een kantoor komen. Het dichtstbijzijnde kantoor was in Bari, precies de plaats die we juist met de auto moesten zien te bereiken.

We draaiden in cirkeltjes.

Angst en onmacht sloegen toe. Ik had het gevoel dat ik er helemaal alleen voor stond en wilde dat ik thuis was. Huilend belde ik mijn man.

Als je hoofd geen uitweg meer ziet

Normaal gesproken ben ik iemand die nadenkt, mogelijkheden onderzoekt en praktische oplossingen zoekt. Nu leek dat vermogen ineens verdwenen. Iedere gedachte eindigde bij een nieuw probleem.

Hoe langer ik nadacht, hoe hulpelozer ik me voelde. En hoe hulpelozer ik me voelde, hoe moeilijker het werd om helder na te denken.

Ik zag geen werkbare mogelijkheid. Ik wist dat er iets moest gebeuren, maar niet wat en ook niet hoe.

Dat schokte me. Ik ben 57 jaar. Ik heb in mijn leven veel meegemaakt en veel zelfstandig opgelost. Hoe kon ik nu zo vastlopen?

Ook merkte ik hoe sterk ik verlangde naar de aanwezigheid van mijn man. Als hij er maar was. Dat bracht weer een andere vraag naar boven: was ik werkelijk zo afhankelijk geworden?

Als het heden iets ouds raakt

Pas toen er weer wat rust kwam, begon ik te begrijpen dat mijn reactie waarschijnlijk niet alleen te maken had met wat er op dat moment in Italië gebeurde. De hulpeloosheid die ik voelde, kende ik ergens van.

Toen onze zoon klein was, is hij vaak ziek geweest. Soms was hij iedere maand wel een week ziek. Als peuter is hij bovendien eens van boven naar beneden van de trap gevallen en met zijn hoofd op een tegelvloer terechtgekomen.

Later kreeg hij schokken. Artsen dachten onder andere aan koortsstuipen en epilepsie. Uiteindelijk bleek dat hij myoclonische insulten had.

Ook in de jaren daarna waren er geregeld momenten waarop ik me grote zorgen om hem maakte. Hij had veel hoofdpijnaanvallen, soms gepaard met zweetaanvallen, en zijn ontwikkeling liep wat achter.

Na een blindedarmoperatie kreeg hij een abces, waarbij ik het gevoel had dat mijn zorgen aanvankelijk onvoldoende serieus werden genomen door de artsen.

In die periode van zijn leven heb ik me geregeld machteloos en hulpeloos gevoeld. Ik wist niet wat er met mijn kind aan de hand was, kon het zelf niet oplossen en had soms het gevoel dat ik er alleen voor stond.

Ook mijn man en ik beleefden zulke situaties soms verschillend. Waar ik erg ongerust was, ervoer ik dat hij de situatie lichter inschatte. Op die momenten had ik juist behoefte aan iemand die mijn zorgen met me deelde. Als dat niet gebeurde, voelde ik me er nog meer alleen voor staan.

En toen lag mijn inmiddels volwassen zoon in Italië opnieuw ziek naast me. Met hoge koorts en forse hoofdpijn. Opnieuw wist ik niet precies wat er aan de hand was. Opnieuw moest ik inschatten of medische hulp nodig was.

En opnieuw voelde ik de verantwoordelijkheid om te bepalen wat we moesten doen. De situatie was anders, maar het gevoel was bekend.

Dat hielp me begrijpen waarom mijn reactie zoveel sterker was dan ik van mezelf verwachtte. Er speelde niet alleen wat er op dat moment gebeurde. De situatie raakte ook aan eerdere ervaringen waarin ik me machteloos, hulpeloos en alleen verantwoordelijk had gevoeld.

Wat gebeurt er als we vastlopen?

Wanneer er meerdere dingen tegelijk spelen, kan ons vermogen om rustig na te denken behoorlijk onder druk komen te staan.

Bij mij kwamen zorgen om mijn zoon, weinig slaap, een onbekende omgeving, een taalbarrière, tijdsdruk en allerlei praktische problemen tegelijkertijd samen. En daarbij ook nog de emotionele lading van eerdere ervaringen.

Het huidige probleem en een oud gevoel van angst, machteloosheid of alleen staan, kunnen dan als het ware over elkaar heen komen te liggen en alles extra zwaar laten voelen.

Een aantal basisbehoeften kwam daardoor onder druk te staan:

• Regie en controle: ik wist niet hoe de situatie zich zou ontwikkelen. We waren in een land waarvan ik de taal nauwelijks spreek en verbleven in een klein dorp met weinig voorzieningen.

• Steun en veiligheid: ik miste iemand naast me met wie ik de situatie kon overzien en de verantwoordelijkheid kon delen.

• Perspectief en hoop: iedere vraag leek weer een nieuw probleem op te leveren. Daardoor werd het steeds moeilijker om erop te vertrouwen dat er een oplossing zou komen.

• Zelfvertrouwen: mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen zakte weg. 

Als we onder spanning staan, kan onze aandacht zich steeds verder vernauwen. We zien vooral het probleem dat voor ons ligt en krijgen moeilijker toegang tot het overzicht en de creativiteit die we normaal gesproken wel hebben.

Hulpeloosheid zegt daardoor lang niet altijd iets over wat we kunnen. Het zegt vooral iets over hoeveel er op dat moment tegelijk van ons wordt gevraagd.

Wat helpt als we vastlopen?

Achteraf zie ik een paar dingen die mij hielpen en die ook in andere situaties bruikbaar kunnen zijn

1. Uit elkaar halen wat er speelt

Wanneer alles één groot probleem wordt, helpt het om de verschillende onderdelen weer van elkaar los te maken.

Wat gebeurt er feitelijk?
Waar maak ik me zorgen over?
Welke praktische problemen zijn er?
Wat moet als eerste worden opgelost?

In mijn geval hoefde ik niet tegelijkertijd het vervoer naar Bari, onze terugvlucht én de rest van de vakantie op te lossen. De eerste vraag was veel eenvoudiger: hoe gaat het nu met mijn zoon en heeft hij medische hulp nodig?

2. Iemand zoeken om mee te denken

Hulp vragen hoeft niet te betekenen dat iemand het probleem van ons overneemt. Soms hebben we vooral iemand nodig die helpt om weer overzicht te krijgen.

Mijn man kon op afstand met me meedenken. Onze host kon vanuit haar kennis van de omgeving praktische mogelijkheden aandragen.

Daardoor hoefde ik niet meer alle vragen alleen in mijn hoofd op te lossen.

3. De situatie klein maken

Wanneer ons hoofd al bezig is met alles wat morgen, overmorgen of volgende week mis kan gaan, wordt een situatie al snel onbeheersbaar groot.

Een andere vraag kan dan helpen: Wat vraagt het komende uur van mij?

Dan is één volgende stap al genoeg.

Afhankelijk of verbonden?

Mijn sterke behoefte aan mijn man hield me na afloop nog bezig. In eerste instantie vroeg ik me af of ik te afhankelijk van hem was geworden. Maar door verder stil te staan bij wat er gebeurde, ben ik daar anders naar gaan kijken.

Ik verlangde niet alleen naar zijn praktische hulp. Ik verlangde ook naar ruggespraak. Naar iemand die samen met mij keek naar wat er aan de hand was. Iemand die hielp afwegen wat verstandig was en daarmee een stukje van de verantwoordelijkheid met mij droeg.

En juist door mijn eerdere ervaringen met de ziekte van onze zoon begrijp ik die behoefte nu beter. Er zat ook iets in van: ik wil dit niet opnieuw alleen hoeven dragen.

Dat is iets anders dan zelf niets kunnen.

Zelfstandig zijn betekent tenslotte niet dat we alles in het leven alleen hoeven te kunnen. We leven in verbinding met andere mensen. Soms zijn wij degene die overzicht houdt en een ander ondersteunt. Op een ander moment hebben we zelf iemand nodig die naast ons komt staan.

Hulp geeft ruimte

Onze host stuurde mij het adres van een plek waar we terechtkonden als medische hulp nodig was. Ze vertelde dat ze een taxi voor ons kon regelen als dat nodig was en bood aan dat we eventueel twee dagen langer in het appartement konden blijven.

Mijn man hield contact, dacht mee en bood aan om vanuit Nederland dingen voor ons uit te zoeken en te regelen.

Geen van beiden kon op dat moment alles oplossen. Maar er veranderde wel iets wezenlijks: ik stond er niet meer alleen voor.

Langzaam kwam er weer ruimte in mijn hoofd. Ik kon weer nadenken, mogelijkheden afwegen en beslissingen nemen.

En daarmee kom ik terug bij al die woorden waarmee dit verhaal begon.

Hulpeloos. Machteloos. Moedeloos. Hopeloos. Radeloos. Woorden waarin iets ontbreekt.

Maar wat op het ene moment ontbreekt, kan ook weer terugkomen: hulp, invloed, moed, hoop, richting.

Soms vinden we een stukje daarvan terug bij een ander. Iemand die luistert. Iemand die meedenkt. Iemand die één praktisch probleem van ons overneemt. Iemand die helpt om weer overzicht te krijgen.

Dat maakt ons niet minder zelfstandig. Het kan juist helpen om onze eigen kracht en ons overzicht terug te vinden!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.