Hulpeloos, machteloos, moedeloos, hopeloos, radeloos, troosteloos, stuurloos ... Onze taal kent opvallend veel woorden die eindigen op 'loos'. Vaak hebben ze een negatieve bijklank: er ontbreekt iets wat we juist nodig hebben.
Wie machteloos is, ervaart geen macht of invloed. Wie hopeloos is, ziet geen hoop. En wie zich hulpeloos voelt, ervaart weinig mogelijkheden om een situatie zelf te veranderen of op te lossen.
Afgelopen week maakte ik kennis met dat gevoel van hulpeloosheid.
Ziek in een vreemd land
Mijn zoon en ik waren samen op vakantie in Italië. Na vijf dagen begon hij zich ziek te voelen. We waren net verhuisd naar een appartement in een klein dorp met weinig voorzieningen.
Hij kreeg flinke koorts, werd misselijk en had forse hoofdpijn. Een pijn die hij nooit eerder zo had gevoeld.
Na een onrustige nacht en een volle dag met hoge koorts en hoofdpijn sloeg bij mij de ongerustheid toe. Wat mankeerde hem? Was het griep of speelde er iets ernstigers, zoals een beginnende hersenvliesontsteking?
Ik voelde me verantwoordelijk voor hem, maar wist tegelijk niet goed wat ik moest doen. Er was geen partner of vriend in de buurt met wie ik kon overleggen en die met me mee kon kijken.
Daar kwam een praktisch probleem bij. Mijn zoon bestuurde onze huurauto. De auto en de verzekering stonden op zijn naam. Zelf heb ik een rijbewijs, maar ik ken ook rijangst, vooral in een vreemde auto en een onbekende omgeving.
Hoe moesten we straks bij het vliegveld komen als hij te ziek was om te rijden?
Het autoverhuurbedrijf wilde mij telefonisch of online niet als extra bestuurder toevoegen. Daarvoor moesten we naar een kantoor komen. Het dichtstbijzijnde kantoor was in Bari, precies de plaats die we juist met de auto moesten zien te bereiken.
We draaiden in cirkeltjes.
Angst en onmacht sloegen toe. Ik had het gevoel dat ik er helemaal alleen voor stond en wilde dat ik thuis was. Huilend belde ik mijn man.
Als je hoofd geen uitweg meer ziet
Normaal gesproken ben ik iemand die nadenkt, mogelijkheden onderzoekt en praktische oplossingen zoekt. Nu leek dat vermogen ineens verdwenen. Iedere gedachte eindigde bij een nieuw probleem.
Mijn zoon kon niet rijden. Wat als hij naar het ziekenhuis moest?
Ik voelde me onzeker achter het stuur.
De verzekering stond niet op mijn naam.
Om dat te veranderen moesten we naar Bari.
Maar hoe kwamen we in Bari?
Hoe langer ik nadacht, hoe hulpelozer ik me voelde. En hoe hulpelozer ik me voelde, hoe moeilijker het werd om helder na te denken.
Ik zag geen werkbare mogelijkheid. Ik wist dat er iets moest gebeuren, maar niet wat en ook niet hoe.
Dat schokte me. Ik ben 57 jaar. Ik heb in mijn leven veel meegemaakt en veel zelfstandig opgelost. Hoe kon ik nu zo vastlopen? Was ik zo afhankelijk geworden van mijn man dat ik zonder hem geen uitweg meer zag?
Achteraf begreep ik beter wat er gebeurde. Als we ons hulpeloos voelen, staan vaak een aantal basisbehoeften onder druk:
• Regie en controle: ik miste grip op deze specifieke situatie. We waren in een land waarvan ik de taal nauwelijks spreek en verbleven in een klein dorp met weinig voorzieningen.
• Steun en veiligheid: er was niemand bij ons die mee kon kijken, overleggen of een deel van de verantwoordelijkheden kon dragen.
• Perspectief en hoop: ik miste het overzicht om te bepalen welke volgende stap nodig was. Daardoor werd het steeds moeilijker om erop te vertrouwen dat er een oplossing zou komen.
• Zelfvertrouwen: mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen zakte weg. Het was alsof ik tijdelijk geen toegang meer had tot de helderheid en kennis waarmee ik normaal gesproken problemen aanpak.
Er gebeurde dan ook veel tegelijk. Ik maakte me grote zorgen om mijn zoon. Ik had weinig geslapen. We bevonden ons in een onbekende omgeving. De taal vormde een belemmering. Er was tijdsdruk en iedere mogelijke oplossing leek weer een nieuw probleem op te leveren.
Onder zulke omstandigheden kan ons brein in een alarmstand terechtkomen. Onze aandacht vernauwt zich. We zien vooral risico’s en problemen en hebben minder toegang tot ons gebruikelijke overzicht en probleemoplossend vermogen.
Hulpeloosheid zegt daardoor lang niet altijd iets over wat we kunnen. Het zegt vooral iets over hoeveel er op dat moment tegelijk van ons wordt gevraagd.
Mijn verlangen naar mijn man ging dan ook vooral over ruggespraak. Over iemand naast me hebben die meedacht en met wie ik de verantwoordelijkheid voor de volgende stap kon delen.
Zelfstandig zijn betekent tenslotte niet dat we alles in het leven alleen hoeven te kunnen. We hebben andere mensen nodig, zeker wanneer angst, vermoeidheid en verantwoordelijkheid tegelijk samenkomen.
Wat helpt als we vastlopen?
Als alles door elkaar loopt, willen we soms het hele probleem in één keer oplossen. Juist dan kan het helpen om de situatie weer kleiner en overzichtelijker te maken.
1. Uit elkaar halen wat er speelt
We kunnen eerst benoemen wat er gebeurt: Ik voel me op dit moment hulpeloos, omdat er te veel tegelijk speelt.
Vervolgens helpt het om de afzonderlijke problemen op een rij te zetten. Wat vraagt nu echt aandacht en wat kan wachten?
In mijn situatie was de gezondheid van mijn zoon het belangrijkste. De huurauto en de terugreis kwamen daarna.
2. Iemand zoeken om mee te denken
We hoeven een ander niet te vragen het hele probleem voor ons op te lossen. Soms is het al genoeg om te zeggen: Ik raak het overzicht kwijt. Wil je met mij meedenken over wat nu als eerste nodig is?
Ook kunnen we heel concreet om hulp vragen: een arts bellen, iets vertalen, een telefoontje plegen of vervoersmogelijkheden uitzoeken.
3. De situatie klein maken
In plaats van vandaag, morgen en alle mogelijke scenario's tegelijk te willen oplossen, kunnen we ons richten op één vraag: Wat vraagt het komende uur van mij?
Afhankelijk of verbonden?
De ervaring zette mij aan het denken over mijn behoefte aan mijn man. Was ik te afhankelijk van hem geworden? Wat geeft zijn aanwezigheid mij op moeilijke momenten?
Voor mij zijn dat verschillende dingen: samen de verantwoordelijkheid dragen, het gevoel dat ik er niet alleen voor sta, praktische hulp bij bijvoorbeeld telefoontjes of autorijden, maar ook zijn nuchterheid en geruststelling.
Daarmee veranderde ook mijn kijk op mijn eigen reactie. Behoefte hebben aan iemand anders is iets anders dan zelf niets kunnen.
Hulp geeft ruimte
Toen ik beter wist waar ik behoefte aan had, zag ik ook dat die steun niet alleen van mijn man hoefde te komen.
De host appte mij het adres van de spoedeisende hulp, voor het geval we die nodig hadden. Ze kon een taxi voor ons regelen en liet weten dat we twee dagen langer in het appartement konden blijven als mijn zoon meer tijd nodig had om te herstellen.
Mijn man belde af en toe om te horen hoe het ging en om te kijken wat hij vanaf afstand kon regelen.
Geen van hen loste de hele situatie voor mij op. Toch veranderde er iets wezenlijks: ik voelde dat ik er niet meer alleen voor stond. Er ontstond weer ruimte om zelf na te denken en beslissingen te nemen.
Het achtervoegsel loos betekent dat iets ontbreekt. Bij hulpeloosheid kan dat hulp zijn, maar ook grip, vertrouwen, overzicht of hoop. En wat op een bepaald moment ontbreekt, hoeft niet weg te blijven.
Soms vinden we een stukje ervan terug bij een ander. Iemand die luistert. Iemand die meedenkt. Iemand die één praktisch probleem van ons overneemt. Dat maakt ons niet minder zelfstandig. Het kan juist helpen om onze eigen kracht en overzicht terug te vinden.
Reactie plaatsen
Reacties