Oefening: Anders omgaan met je innerlijke criticus

Anders omgaan met je innerlijke criticus

Iedereen heeft een innerlijke stem die commentaar geeft. Soms helpt die je vooruit, maar vaak is die streng of kritisch.

Je hoort bijvoorbeeld gedachten als:
“Ik doe het niet goed genoeg”
“Ik stel me aan”

 

Deze gedachten lijken misschien logisch, maar ze maken het vaak moeilijker voor jezelf.
Ze zijn meestal ontstaan in een tijd waarin je je moest aanpassen of aan verwachtingen wilde voldoen.

Je hoeft die stem niet weg te krijgen. Je kunt wel leren om er anders mee om te gaan.

 

Oefening 1 – Een andere reactie op je gedachten

Stap 1 – Wat zeg je tegen jezelf?

Schrijf een gedachte op die je vaker hebt over jezelf.

Bijvoorbeeld:
“Ik moet het perfect doen”

....................................................................................................................................................................

 

Stap 2 – Wat zou je tegen iemand anders zeggen?

Stel dat iemand die je goed kent dit over zichzelf zegt. Wat zou jij dan zeggen?

(Vaak zijn we milder voor de ander dan voor onszelf)

....................................................................................................................................................................

 

 Stap 3 – Schrijf een helpende gedachte

Maak de gedachte realistischer en minder streng.

Bijvoorbeeld:
“Ik hoef het niet perfect te doen”
“Ik doe wat ik kan, en dat is goed genoeg”

 

Jouw nieuwe gedachte:

....................................................................................................................................................................

 

Stap 4 – Lees het hardop voor

Lees deze zin een paar keer rustig voor.

Wat merk je op?

 ....................................................................................................................................................................

 

Oefening 2 – Twee kanten in jezelf opschrijven

Soms helpt het om je gedachten op papier te zetten.

Trek een lijn in het midden van een blad.

Links schrijf je wat je tegen jezelf zegt.
Rechts schrijf je een andere, meer helpende reactie.

 

Bijvoorbeeld:

innerlijke criticus: wat ik tegen mezelf zeg               milde stem: wat ik ook kan zeggen

“Je stelt je aan.”                                                             “Wat ik voel, is niet voor niets.”

“Je doet het fout.”                                                         “Ik ben aan het leren.”

 

Vul nu zelf in:

wat ik tegen mezelf zeg                                                wat ik ook kan zeggen

.........................................                                                ..........................................

.........................................                                                ..........................................

 

Afronden

Maak deze zin af:

Wat ik voortaan vaker tegen mezelf wil zeggen is:

….................................................................................................................................................................

 

Reflectievragen

  • Hoe klinkt jouw innerlijke stem meestal? (bijvoorbeeld: streng voor jezelf, snel kritisch, bezorgd of afwijzend)
  • Wanneer hoor je die het vaakst?
  • Wat verandert er als je anders tegen jezelf praat?
  • Welke gedachte helpt je verder?

 

Tot slot

Je hoeft niet altijd positief te denken. Het helpt al als je merkt hoe je tegen jezelf praat en daar af en toe iets in verandert.