Oefening: je gedachten opmerken
Gedachten gaan de hele dag door en kleuren hoe je naar de wereld kijkt, hoe je je voelt en wat je doet. Vaak heb je niet eens door wat je tegen jezelf zegt.
Met deze oefening ga je eerst alleen opmerken wat er in je hoofd gebeurt. Door bewust stil te staan bij wat er in je hoofd omgaat, ontdek je patronen en overtuigingen. Sommige helpen je vooruit, andere houden je onnodig tegen. Bewustwording is de eerste stap naar verandering.
Hoe pak je het aan
Neem een klein notitieboekje of gebruik een notitie-app op je telefoon. Houd een paar dagen (of een week) bij welke gedachten je opmerkt.
Schrijf ze zo letterlijk mogelijk op, zonder ze te veranderen.
Waar kun je op letten
Schrijf gedachten op die je herkent in situaties zoals:
Omgaan met anderen
Bijvoorbeeld:
- “Ik moet er altijd zijn voor anderen”
- “Ik moet aardig gevonden worden”
Omgaan met jezelf en je gevoelens
Bijvoorbeeld:
- “Ik moet me niet zo aanstellen”
- “Ik doe het nooit goed genoeg”
- “Anderen zijn beter dan ik”
- “Ik ben te gevoelig”
- “Ik mag niet verdrietig zijn”
Omgaan met werk/prestaties
Bijvoorbeeld:
- “Ik mag geen fouten maken”
- “Ik moet dit meteen goed doen”
- “Ik kan dit niet half doen”
- “Als ik ja zeg, moet ik het ook waarmaken”
- “Ik mag niet afzeggen, ook al ben ik moe”
Na een paar dagen
Kijk terug naar wat je hebt opgeschreven. Wat valt je op als je het zo bij elkaar ziet?
- welke gedachten komen vaker terug?
- in welke situaties hoor je ze het meest?
- welke gedachten helpen je?
- welke maken het juist moeilijker voor jezelf?
Door je gedachten te onderzoeken merk je welke je helpen en welke je juist tegenhouden. Sommige gedachten zorgen ervoor dat je jezelf klein houdt, gaat twijfelen of blijft doorgaan terwijl dat eigenlijk niet goed voor je is. Als je die gedachten herkent, kun je er ook anders mee omgaan.
Vervolgstap
Kies één gedachte die je vaker hebt en vraag jezelf af:
- klopt deze gedachte echt?
- maak ik het zwaarder dan nodig?
- wat zou ik ook tegen mezelf kunnen zeggen?
Voorbeelden
Gedachte: “Ik doe het nooit goed genoeg”
Andere kijk: “Ik doe niet alles perfect, maar veel dingen gaan ook gewoon goed”
Gedachte: “Ik mag geen fouten maken”
Andere kijk: “Fouten maken hoort erbij als ik iets leer of probeer”
Gedachte: “Als ik nee zeg, stel ik iemand teleur”
Andere kijk: “Ik mag rekening houden met mezelf, ook als iemand dat niet leuk vindt”
Gedachte: “Ik ben te gevoelig”
Andere kijk: “Ik reageer snel op dingen, en daar mag ik rekening mee houden”
Het gaat er niet om dat je alles positief maakt, maar dat je minder streng en realistischer leert denken.