Oefening: De "moeten" versus "willen" - lijst
Loskomen van verwachtingen en meer jezelf zijn
Van jongs af aan leren we wat ‘hoort’, wat ‘gepast’ is en wat anderen van ons verwachten.
Vaak neem je die verwachtingen mee zonder dat je het doorhebt. Je past je aan, zegt vaker ‘ja’ dan je eigenlijk wilt, of doet dingen omdat ze nu eenmaal zo gaan.
Op een gegeven moment kan de vraag opkomen: "Leef ik zoals het bij mij past, of vooral zoals het van mij verwacht wordt?"
Deze oefening helpt je om het verschil te zien tussen wat je doet uit gewoonte of druk, en wat je zelf eigenlijk wilt.
Stap 1 – ‘Moeten’ en ‘willen’ naast elkaar zetten
Pak een vel papier en trek een verticale lijn.
Schrijf boven de linker kolom: Ik moet…
Schrijf boven de rechter kolom: Wat wil ik eigenlijk?
Schrijf eerst alles op wat je van jezelf ‘moet’. Bijvoorbeeld:
- ik moet altijd bereikbaar zijn
- ik moet aardig blijven
- ik moet sterk zijn
- ik moet mijn to-do-lijst afwerken
- ik moet meegaan met wat anderen willen
Neem hier even de tijd voor.
Stap 2 – Even stilstaan voordat je verder gaat
Voordat je doorgaat met de rechterkolom…
Neem een moment om naar binnen te keren. Onder de laag van ‘moeten’ ligt vaak een verlangen verscholen.
Deze korte visualisatie helpt je om te voelen wat er in jou leeft als je de verwachtingen even loslaat.
Ga even rustig zitten.
Haal een paar keer rustig adem.
Laat je schouders zakken en merk op hoe je erbij zit.
Denk aan één situatie uit je lijst met ‘moeten’.
- Wat gebeurt er als je daar even niets mee hoeft?
- Wat zou je doen als er niemand iets van je verwachtte?
Laat je eerste reactie opkomen, zonder het meteen te analyseren.
Stap 3 – Wat wil je eigenlijk?
Schrijf nu in de rechterkolom wat je eigenlijk zou willen.
Blijf dicht bij jezelf en houd het concreet. Bijvoorbeeld:
- ik wil rust en tijd om bij te komen
- ik wil eerlijk kunnen zijn, ook als dat ongemakkelijk is
- ik wil mijn eigen tempo volgen
Stap 4 – Kijk er met afstand naar
Bekijk beide kolommen en stel jezelf de volgende vragen:
- Welke ‘moetens’ horen echt bij mij?
- Welke heb ik overgenomen van anderen of uit gewoonte?
- Welke zou ik anders willen aanpakken of loslaten?
Kies één punt dat je anders wilt doen.
Stap 5 – Let op je taalgebruik
Let eens gedurende de dag op hoe vaak je denkt of zegt: “Ik moet…”
Probeer dit eens te vervangen door: “Ik kies ervoor om…”
Bijvoorbeeld: “Ik moet werken” → “Ik kies ervoor om nu te werken”
Kijk wat dat met je doet.