Nieuwe oefeningen
Oefening: Wat geeft je energie en wat kost je energie?
Je energieniveau is niet elke dag hetzelfde.
Sommige dingen geven je energie, andere kosten je ongemerkt meer dan je denkt.
Sommige energiegevers en -lekken weet je misschien al. Maar veel zit in kleine, dagelijkse gewoontes of gedachten.
Door hier bewuster naar te kijken, krijg je meer zicht op wat je wat jou voedt, en wat jou leeg trekt.
Maak je energielijst
Pak een vel papier en verdeel het in twee kolommen.
Links: Wat geeft mij energie?
Rechts: Wat kost mij energie?
Schrijf op wat er in je opkomt. Denk bijvoorbeeld aan:
- dingen die je doet
- sociale situaties
- plekken waar je bent
- gedachten die je vaak hebt
- wel of geen grenzen aan kunnen geven
- bepaald weertype
Het hoeft echt niet in één keer compleet te zijn. Je kunt het in de loop der tijd verder aanvullen.
Kijk wat je opvalt
Lees je lijst nog eens rustig door. Wat valt je op?
- Waar zit voor jou de meeste energie winst?
- Wat komt vaak terug aan de “kost”-kant?
Soms zitten energielekken niet in grote dingen, maar juist in kleine, dagelijkse patronen.
Bijvoorbeeld:
- steeds ‘aan’ staan door prikkels of schermgebruik
- te veel prikkels opzoeken of binnenkrijgen
- doorgaan terwijl je lichaam eigenlijk rust vraagt
- ja zeggen terwijl je nee voelt
- je steeds in sociale situaties moeten aanpassen
Kijk ook naar je gedachten en contacten
Je energie wordt niet alleen bepaald door wat je doet, maar ook door wat er in je hoofd gebeurt en met wie je bent.
Sta eens stil bij:
- Welke gedachten je energie kosten zoals: “Ik moet doorgaan, anders ben ik lui.” Of “wat zullen anderen er van vinden dat ik overdag op de bank lig?”
- Bij wie voel ik me naderhand opgeladen? En bij wie juist leeg?
Soms helpt het om een gedachte die veel druk geeft, iets milder te maken.
Bijvoorbeeld: “Ik moet altijd doorgaan” → “Mijn energieniveau is belangrijk, ik mag rust nemen”
Kies uit je lijst een kleine verandering
Je hoeft echt niet ineens van alles te veranderen. Kijk of je één ding vaker wilt doen omdat het je energie geeft en één ding iets minder vaak wilt doen omdat het je leegtrekt
Denk klein en haalbaar. Bijvoorbeeld:
- even naar buiten gaan
- twintig minuten op de bank liggen
- één keer ‘nee’ zeggen
- vaker één ding tegelijk doen in plaats van meerdere dingen door elkaar
Gebruik je lichaam als kompas
Je lichaam geeft vaak al signalen. Let eens op:
- voel je spanning, druk of onrust? Dan kost iets je waarschijnlijk energie.
- Voel je juist ontspanning, ruimte of rust? Dan levert het je iets op.
Dat kan je helpen om te voelen wat wel of niet goed voor je is.